Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking van zondag 26 april

Overdenking van zondag 26 april

De predikant die zondag 26 april zou voorgaan, ds. Engelien Hulsman, heeft de overdenking opgestuurd. De dienst wordt voorgelezen door de lectrix Jette Bloemsma en de muziek is van Marieke Stoel. De dienst kan beluisterd worden via kerkomroep.
 
de zondag met de naam ‘Misericordia Domini’
 
Lieve mensen, gemeente rond de Houtrustkerk in Den Haag,
 
Als dit een gewone tijd was geweest, dan was ik op zondagochtend in de auto gestapt om vanuit mijn woonplaats Amersfoort naar Den Haag te rijden. Ik zou mij erop verheugd hebben om weer even in de Bomenbuurt te zijn, waar ik vijftien jaar gewoond heb. Ik zou er vóór de kerkdienst vast even weemoedig rondgelopen hebben. Vervolgens zou ik blij zijn geweest om u te ontmoeten in het kleine, lichte kerkje waar altijd mooie kunst te zien is, waar de koffie goed is en de contacten hartelijk. Maar het zijn geen gewone tijden. Door het coronavirus zijn we gedwongen om afstand van elkaar te houden. Daarom zit u waarschijnlijk elk in uw eigen huis te luisteren naar de kerkdienst. En ik zorg van afstand voor een preek die u kunt lezen.
 
Toen ik hoorde welke oplossing u als gemeente gevonden hebt voor de diensten met een gastvoorganger – een preek om te lezen – moest ik meteen denken aan Paulus. Paulus de apostel die eindeloos brieven schreef. De brief aan de Romeinen, de eerste en de tweede brief aan de Korintiërs, de brief aan de Galaten, aan de Efeziërs, aan de Filippenzen… ga zo maar door. De namen zullen u ongetwijfeld bekend voorkomen. De brieven staan achterin de bijbel, maar eigenlijk staan ze daar een beetje te verstoffen. We lezen er in kerkdiensten niet vaak meer uit. Misschien omdat ze te dogmatisch zijn voor hedendaagse gelovigen. De theologie van Paulus (gedegen, doorwrocht en in toon nogal zelfverzekerd) past zeker vrijzinnige gelovigen, die juist gesteld zijn op ruimte en openheid, vaak niet zo. Begrijpelijk. Maar daardoor zou je bijna vergeten hoe mooi het is wat Paulus doet. Hij onderhoudt contact met allerlei groepen gelovigen, verspreid over een groot gebied. Hij reist veel, bezoekt de gemeentes, gaat met hen in gesprek en als hij hen niet in levende lijve kan spreken omdat hij onderweg is, schrijft hij brieven. In die brieven vertelt hij wat hem zelf bezighoudt en informeert hij hoe het met hen gaat. Hij gaat in op de zorgen in de gemeente, hij geeft goede raad als hij problemen signaleert en hij probeert vanuit het geloof houvast te bieden.

Het was Paulus die mij op het idee bracht om u deze brief te schrijven. Een brief die eigenlijk een preek is, maar juist dat – u begrijpt het - is helemaal in de stijl van Paulus. En laat ik dan nu de vraag stellen die in elke brief onmisbaar is: hoe is het met u? Hoe gaat het met u als kerkelijke gemeente, en hoe gaat het met u persoonlijk? Ik hoop van harte dat het goed gaat, maar ik realiseer me dat het geen gemakkelijke tijd is. De gemeente rond de Houtrustkerk is veerkrachtig en sterk, maar van mijn vorige bezoeken weet ik dat de gemiddelde leeftijd hoog is. Ik merk om mij heen dat het voor veel ouderen zoeken is naar een goede houding tegenover de dreiging van het coronavirus. Ik zie veel nuchtere oude mensen die zich niet bang willen laten maken. ‘We hebben al zoveel meegemaakt in het leven, dit zal ook wel weer overgaan’. Tegelijkertijd zijn juist ouderen kwetsbaar. Voorzichtigheid is dus zeker geboden. Veel mensen proberen zich goed te houden aan de maatregelen. Ze blijven vooral thuis, houden afstand als ze de deur uitgaan, ze ontvangen geen bezoek. Maar wat valt dat zwaar en wat voelt het tegenstrijdig. Om het leven veilig te stellen, leef je opeens een leven dat veel te eenzaam is. Een leven zoals je dat eigenlijk niet wilt leven. Hoe is dat uit te houden?

Uw gemeente zal niet veel jonge leden tellen, maar u hoort vast uit uw omgeving dat ook voor jongere mensen het leven anders dan anders is. Alles moet doorgaan – werk, studie, de zorg voor thuiswonende kinderen – maar het is kunst- en vliegwerk om het thuis op de vierkante meter rond te krijgen. Bovendien vraagt het veel om het met elkaar of met jezelf een beetje goed te houden. Het lijkt veel jonge mensen nog het zwaarst te vallen dat het zo moeilijk is om echt te ontspannen. Even naar de film, een gezellige avond met vrienden, lekker gaan sporten – het kan allemaal niet of moet sterk aangepast worden. Hoe houd je het dan vol?

Ik heb de afgelopen week nagedacht over de naam van de zondag waarvoor ik deze brief schrijf: Misericordia Domini. Ook al ligt het echte Paasfeest in onze beleving al twee weken achter ons, in de liturgie is het nog steeds Pasen. Het is officieel de derde Paaszondag, en de naam van deze zondag komt uit Psalm 33. Misericordia Domini is de Latijnse naam voor wat in de Hebreeuwse taal van de psalm ‘Chèsèd Adonaj’ genoemd wordt. De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt het als ‘de trouw van de Heer’, maar er is eigenlijk niet één Nederlands woord waarmee je het woord ‘chèsed’ goed kunt vertalen. ‘De goedertierenheid des Heren’, zo noemt de oudere vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap het, terwijl de recentere Naardense Bijbelvertaling spreekt van ‘de vriendschap van de Ene’. Volgens Huub Oosterhuis is het nog intiemer. Hij omschrijft God in zijn vrije bewerking van deze psalm als ‘minnaar van mensen’.

Het is altijd goed om naar verschillende vertalingen van een lastig te vertalen woord te kijken, want als je het niet houdt bij één vertaling maar ze juist bij elkaar zet – een woordenwolk heet dat tegenwoordig - dan zie je een beeld opdoemen dat meer zegt dan in één woord te vatten is. In dit geval zie ik in de veelheid van woorden het beeld ontstaan van een God die “iets” met mensen heeft. En dat “iets”, dat is iets stevigs, iets goeds, iets steunends. Het is iets wat kracht en ruimte geeft. Iets wat je vriendschappelijk kunt noemen, omdat de band zo duidelijk is, en wat zelfs trekken heeft van een liefdesrelatie. Het is iets wat niet voor zomaar éven is, maar wat blijft. Het is een stabiele, trouwe liefde die God voor mensen heeft.

In een echte brief vertel je als schrijver ook hoe het met jezelf gaat. Ik zal u daarom kort iets vertellen over mijn werk als geestelijk verzorger in het ziekenhuis in Amersfoort, Meander Medisch Centrum. In alle ziekenhuizen, ook hier, is in korte tijd veel werk verzet om de zorg voor patiënten, besmet met het coronavirus, goed te kunnen bieden. De spoedeisende hulp, de intensive care en een aantal verpleegafdelingen zijn ingericht voor de zorg aan deze covid-patiënten. U kent de beelden vast uit de krant en van de televisie: de mondkapjes, de schorten, de mutsjes, de spatbrillen en de handschoenen. Het besmettingsgevaar en het aantal patiënten zorgden ervoor dat er veel geregeld moest worden. De afgelopen weken zijn hectisch geweest, ook voor ons als geestelijk verzorgers, maar eigenlijk was de praktische organisatie van de zorg niet eens wat het zo intensief maakte. Het waren de mensen die de meeste indruk maakten. Zieke mensen. Benauwde mensen. Eenzame mensen. Bange mensen. Stervende mensen.
Voor mij is het contrast tussen het ziekenhuis en de wereld daar buiten nu nog groter dan anders. Binnen de muren van het ziekenhuis zijn er de ernstig zieke patiënten en de krachtsinspanning zo goed mogelijk voor hen te zorgen. Binnen de muren van het ziekenhuis is er gelukkig ook het plezier dat we dat met elkaar in goede samenwerking kunnen doen. Buiten de muren van het ziekenhuis is er… de lente. Gelukkig. Wat heerlijk en wat hoopvol om nu het lichte groen van de bomen te zien. Buiten de muren van het ziekenhuis is er óók de kakofonie aan geluiden. Er zijn journaals en persconferenties over de stand van zaken rondom corona. Er zijn nieuwsberichten en achtergrondartikelen in de kranten. En er zijn héél véél meningen. Meningen over de maatregelen die genomen worden. Meningen over het virus, de verspreiding ervan en waarom dit nu gebeurt. Meningen over onze samenleving en wat er ná het virus anders zou moeten, welke kansen het ons biedt om het béter te gaan doen.

Wat moeten we (of wat kunnen we) met die kakofonie aan meningen? Ik ervaar het eerlijk gezegd als oorverdovend. En ik vraag me sterk af: vertroebelt het niet vooral, al die woorden, al die verhalen, al die betogen? Mij heeft de confrontatie met de kracht van het virus vooral stil gemaakt. Ik zie hoe dichtbij ziekte en dood komen, op een manier die we als samenleving niet meer in die mate kenden. En ik weet niet wat ik erop moet zeggen. In de kranten raken mij misschien daarom vooral de stukken van mensen die het aandurven om weinig te zeggen. Ik lees en herlees de pleidooien van mensen die zeggen: stop nu eens met voorspellen wat er gaat komen, stop nu eens met vertellen hoe het zou moeten, stop nu eens met het verklaren van het hoe en het waarom. We zitten in een onzekere situatie. Laten we dat eerst eens gewoon tot ons door laten dringen. Laten we eerst maar eens leven met de onzekerheid, zo goed als we dat kunnen.

Ik heb natuurlijk de afgelopen week ook nagedacht wat je vanuit geloof kunt zeggen in deze coronacrisis. Misschien omdat ik u deze brief ging schrijven. Ik besef deze weken eens te meer hoe ook geloofstaal vaak aan elkaar hangt van meningen, verklaringen, kritieken, voornemens en doelen. En ook dat is mij in deze tijd vaak te veel, te groot, te vertroebelend. Hoe goedbedoeld het ook is. En ook hier zoek ik naar het weinige, het kleine, het eenvoudige. Ik zeg er daarom in alle voorlopigheid alleen dit over, in tweeën.

Allereerst de Misericordia Domini uit Psalm 33, die stabiele, trouwe liefde van God voor mensen, als ankerpunt voor ons menselijk geloof. Als we iets willen of kunnen geloven, laat het dan zijn dat God – wat er ook gebeurt – hardnekkig, vasthoudend, volhardend God is, met alle goedheid, vriendschap, genade, steun en liefde voor mensen van dien.

En wij mensen? Daarvoor kijk ik opnieuw naar Paulus. Ook hij was een mens van (te) veel woorden. Maar het begin van de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs, dat ik bij deze brief heb gevoegd, is eigenlijk in één woord samen te vatten: vertrouw! Dat is wat wij kunnen proberen, ook in onzekere tijden: ons oefenen in vertrouwen. Ik denk dat het er nu meer dan ooit op aan komt om die subtiele middenweg tussen angst en overmoed te vinden, en te doen wat een mens nu kán doen: proberen te leven in vertrouwen.

Het klinkt misschien alsof het wel erg klein is. Alsof we daar niet genoeg aan zouden hebben: een God van liefde en mensen die vertrouwen. En toch… de bijbel staat vol verhalen van mensen die in onzekere situaties in vertrouwen op weg gingen. Denk aan Abram, die wegtrok uit Charan, naar een onbekend land. Denk aan Mozes, die het volk Israël voorging uit Egypte, door de woestijn, op weg naar een land van belofte. Denk aan die vissers aan het meer van Gallilea, die alles achterlieten en met Jezus een onzekere toekomst tegemoet gingen. Garanties, verklaringen of zekerheden kregen ze niet. Alleen het verhaal over een liefdevolle God die met mensen meegaat. En dat is het verhaal dat ook wij meedragen, juist ook in deze onzekere tijd: het verhaal van een liefdevolle God die met mensen meegaat.
Paulus sluit zijn brieven meestal af met de hoop dat hij de mensen aan wie hij schrijft, binnenkort weer zal treffen. Laat ik daarom mijn brief eindigen met de wens dat ook wij elkaar over niet al te lange tijd weer zullen zien. Ik hoop dat we dan weer in gewone tijden leven, waarin ik op een zondagochtend in de auto kan stappen om van Amersfoort naar Den Haag te rijden en u in de Houtrustkerk te ontmoeten. Ik kijk ernaar uit. Ondertussen wens ik u vrede en alle goeds. Oefen en koester het vertrouwen, in uzelf en met anderen, en ga met God. Amen.
 
Engelien Hulsman, geestelijk verzorger Meander Medisch Centrum, Amersfoort
 
 

Deel dit