Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking van zondag 5 april

Overdenking van zondag 5 april

De predikant die zondag 5 april zou voorgaan, ds. Marthe de Vries, heeft de overdenking opgestuurd. Deze hebben wij hieronder mogen plaatsen.
 
 
 
Verloren in een land van leegte,
ver weg van huis.
Je weet niet waar te beginnen,
zo ver weg van huis.
Of je nu moet lopen of rennen
Of waar je ooit heen zal gaan.
Niemand dichtbij om te vragen.
 
Diep in het bos van de twijfel
Zoek je een pad
Een hand om naar je uit te reiken
Een wenkend pad
Een spoor dat je kan volgen
Een licht dat je zal leiden
Uit dit rijk van schaduwen
 
Hoe lang nog, ben je met jezelf onderweg
Hoe lang nog is je lichaam leeg
Hoe lang nog zal de reis duren
En zal je eindelijk, eindelijk thuis komen
 
Deze woorden zijn een zeer vrije, misschien niet helemaal getrouwe vertaling van het lied van de Friese fado-zangeres Nynke Laverman, dat we net draaiden, maar ze raken wel de strekking ervan. Het lied is het beeld van de zoon uit de gelijkenis van Jezus; de jongste, stoer op weg gegaan om zijn eigen pad in dit leven te vinden, maar hopeloos vastgedraaid, verloren in een land van leegte.
De afwezigheid van een wenkend pad, een hand die hem leidt wordt in de taal van het bijbelverhaal uitgedrukt in het beeld van de jongen die uiteindelijk eindigt als varkenshoeder. Hoeder van de dieren die volgens zijn geloofsregels als een van de meest onreine dieren worden beschouwd. Verder van huis kan hij niet zijn, verder van alles wat zijn leven richting gaf, leidde.
 
Dan komt hij tot inkeer, of om met Laverman te zeggen: hij vraagt zich af, hoe lang hij nog met zichzelf onderweg moet zijn, met zichzelf in de knoop. Ik zal naar mijn vader gaan, zo luidt de vertaling die we zojuist lazen. Maar in het Grieks staat er eigenlijk, ik zal opstaan en naar mijn vader gaan.
Ik zal opstaan. Tegen de achtergrond van de verhalen van Jezus krijgen die woorden een heel andere lading: het gaat om meer dan naar huis gaan om goed te kunnen eten. Opstaan betekent weg kunnen uit datgene wat je gevangen houdt, waarin je bent opgesloten, uit de doodsheid die zich in jouw leven voordoet. En hij gaat, terug naar zijn vader, terug naar huis.
De zoon kan opstaan, omdat hij weet dat er een thuis is, dat er een plek is, dat er iemand is, bij wie hij kan terugkeren.
 
Wat maakt een thuis eigenlijk tot een thuis? Michael Kiwanuka, van de song Home again, die jullie zo kunnen horen, omschrijft thuis als de plaats waar hij zich geborgen voelt, op zijn gemak. Waar hij zich vrij voelt om zo veel verschillende dingen te doen. Die omschrijving van vrijheid raakt aan wat thuis voor de jongste zoon is. Hij kan terugkeren, omdat hij de vrijheid heeft gehad om weg te gaan.
Zijn vader hield hem niet tegen toen hij zijn erfdeel opeiste en de wijde wereld introk. Zijn vader had de moed om hem te laten gaan, om zijn eigen weg te zoeken, om te genieten, eigenwijs te zijn, maar ook om blunders te maken, grote fouten.
Hoe belangrijk die vrijheid is, realiseerde ik mij in de afgelopen weken, waarin steeds meer mensen, door het virus gedwongen, huisarrest hebben. Aanvankelijk leek het een aantrekkelijk idee. Tenminste, mij leek het heel aanlokkelijk: lekker thuis zitten, even van de wereld afgesloten, even losgekoppeld en niets hoeven.
Maar dat is helemaal niet zo fijn. Als je niet de vrijheid hebt om ook erop uit te trekken, om de wereld te ontdekken en vervolgens weer terug te keren, dan voelt thuis als een gevangenis. Dat kan de concrete insluiting zijn door de quarantaine, maar een thuis kan ook een gevangenis worden door andere vormen van insluiting. Verstikkende regels en normen, die nauwelijks ruimte laten om zelf te groeien. Een relatie waarin een manier van omgaan is geslopen waarin je elkaar alleen maar klem zet, kort houdt. Zorgen om mensen die je dierbaar zijn, waardoor je niet eens afstand durft te nemen, fysiek als ook geestelijk, bang als je bent om iemand te verliezen. Een verslaving die je gevangen houdt, werk dat je mee naar huis neemt, waardoor je niet echt vrij kan zijn.
 
Thuis is waar je de moed vindt om het leven in te trekken en het leven te leven. Ik vond heel mooi hoe Tet dat in haar audio-app verwoorde: juist het thuiszijn gaf haar in een tijd van burn-out gelegenheid om te herstellen, om weer kracht op te doen om het leven weer aan te kunnen.
Maar Willemijn gaf aan, en dat geldt ook voor de anderen, dat waar je hart is, ook je huis is. Daar waar je grond onder de voeten voelt, waar je verbonden bent, daar kun je de kracht vinden die je nodig kunt hebben om op te staan.
Jezus gaf ons met zijn verhalen, zijn vertrouwen in God grond onder de voeten. Zelfs toen het helemaal op niets, op de dood leek uit te lopen. Het is ook mooi: hij gebruikte daar ook het beeld van een huis, van een thuis voor. Het huis van mijn vader heeft vele woningen. Het geloof kan een grond van vertrouwen bieden, op heel veel verschillende manieren, passend bij ieder van ons. Een plek om naar terug te keren, als het leven anders loopt, als het onherbergzaam lijkt, als we kracht zoeken om op te staan. Het kan ons dragen in en door de dood heen.
Dat vertrouwen nodigt ons uit om met nieuwe ogen naar de wereld te kijken. In deze tijden waarin het evenwicht verdwenen lijkt te zijn, zoals Bernlef schreef, kan dat vertrouwen ons kracht geven om nieuwe wegen te zien. Het is mooi om te zien hoe dat al gaande is: mensen die zich spontaan melden als oppas, die aanbieden om boodschappen voor een kwetsbare buurman te doen. De Italianen, opgesloten in hun huizen, die met elkaar toch muziek weten te maken: de verbinding kan ook op heel andere manieren tot stand komen, we kunnen andere wegen vinden om elkaar een thuis te bieden.
 
Amen
 

ds. Marthe de Vries

 
 

Deel dit