Vrijzinnig geloven

 

VVP

Column van de predikant - juni 2020

Column van de predikant - juni 2020

Nog niet zo lang geleden verdwenen er een flink aantal kassa's uit de supermarkt. Het zelf scannen werd geïntroduceerd. Ik moet toegeven dat ik er veel gebruik van maak. Toch zijn er momenten dat ik jaloers naar de rij voor de kassa kijk als ...
 
... ik mijn producten scan en sneller dan de geduldigen de winkel verlaat. 'De rij' gaf toch een collectief gevoel dat je mist als je bij de scanner staat. Wat je mist is het contact, het gesprekje met de kassière, de mensen achter of voor je, die soms wat onbeleefd maar vaak ook vriendelijk zijn. Zo'n alledaagse ervaring doet je beseffen hoe wezenlijk contact is voor ons welzijn. De 'sociale onthouding' van de pandemie, waarmee we nu te maken hebben, heeft dat inzicht nog versterkt. We zien elkaar noodgedwongen minder. Je valt terug op jezelf. Op zich kan dat geen kwaad – zo leerde ik zelf in deze crisis weer thuis te werken, wat ik verleerd was omdat ik graag in cafés werk. Maar afgezien van die voordelen proef ik toch een herwaardering van de menselijke ontmoeting, ook bij mezelf. Ik vermoed (hoop) dat technologische vernieuwingen – die het ons mogelijk maken om digitaal te vergaderen, efficiënter te werken, etc. – na deze crisis een minder grote sprong voorwaarts zullen maken dan we denken. Ja, ik hoop dat we na deze crisis terug verlangen naar dat simpele contact. Want iemand de hand kunnen reiken, bij elkaar zitten, schouder aan schouder staan, het is heel waardevol, zo blijkt in deze tijd. Martin Buber, een joodse filosoof, zei aan het begin van de vorige eeuw dat de mens is gemaakt voor 'Ich und Du'-relaties (Ik en Jij), en niet voor 'Ich und Es'-relaties (Ik en Het). Het elkaar in de ogen kunnen kijken, het fysiek ontmoeten van de ander – het is wezenlijk voor menselijk bestaan. In die zin kan deze pandemie ook een herinnering zijn om dat wat wezenlijk is niet uit het oog te verliezen. Letterlijk.
 
ds. Karl van Klaveren
 
 

Deel dit