Vrijzinnig geloven

 

VVP

Column van de predikant - dec 2012

Column van de predikant - dec 2012

Het liturgisch jaar voert ons in een cirkel om de gloeiende kern van het joodschristelijk ‘geloof’’. Eigenlijk geen geloof, maar een handelen. Argwaan tegen religie is het wel genoemd – verzet tegen een navelstaren dat de mens losmaakt van de aarde.
 

De rode draad van het aloude testament is ‘exodus’: bevrijding uit de aardse slavernij, waarbij de ‘verlossing’ in de loop der tijd steeds spiritueler werd opgevat. Zo ontstonden er ook binnen het jodendom mystieke stromingen, waaronder de apocalyptiek, de gnostiek en het christendom. Het christelijk geloof behield (meer dan de gnosis) haar joods karakter: de band met de aarde. Dat blijkt vooral uit de incarnatie, de menswording van God. Je mag dat zien als een wonder, een hemelse truc met een zwangere maagd. Maar dit symbool is vooral een hemels statement. De incarnatie verwijst de mens naar zichzelf en de grond onder zijn voeten. Advent: een nieuwe hemel en aarde. Kerst: de hemel op aarde. God wordt mens op dit vreemde feest van licht en donker – ja, de minste van alle mensen. Het doet denken aan die merkwaardige voorkeur van de Allerhoogste voor dat kleine slavenvolk in het grote Egypte. De incarnatie is een provocatie. Van de macht. Ze wil mensen genezen van het religieus (of filosofisch!) navelstaren, waarin geen plek is voor de getergde aarde en de minste mens. Jahwe draait de rollen om: hij geeft de vraag ‘wie hij is’ terug aan Mozes. Zoals hij hem ook teruggeeft aan ons, moderne mensen. Niet de vraag ‘waar is God?’ tekent dat vreemde geloof van thora en evangelie, maar de vraag ‘Adam, waar ben je?’

ds. Karl van Klaveren

 

Deel dit