Vrijzinnig geloven

 

VVP

Column van de predikant - mei 2014

Column van de predikant - mei 2014

In de meimaand vertoont ‘Zin in film’ een parodie op Adolf Hitler van Charlie Chaplin: ‘The Great Dictator’. In deze zwartwit klassieker speelt Chaplin twee rollen: een joodse kapper en de dictator Hynkel, die dansvoetbalt met een wereldbol.
 
Chaplin kwam op het idee om de film te maken toen hij in het New Yorkse Museum of Modern Art de Duitse propagandafilm ‘Triumph des Willens’ van Leni Riefenstahl zag. Zijn collegafilmmaker René Clair reageerde geschokt op de professionele effecten van deze filmproductie van de nazi’s en beweerde dat het Westen verloren zou zijn als deze propagandafilm overal zou worden vertoond. Chaplin moest juist heel hard lachen om deze documentaire met paraderende nazi’s. Het inspireerde hem tot zijn parodie op Hitler, die hij met nog meer vastberadenheid wilde maken na de Kristallnacht van 1938, waarin de jodenvervolging manifest werd. ‘The Great Dictator’ ging in 1940 in première. In de VS was men niet blij met de rolprent. De Amerikaanse regering in Washington beschouwde het als een aanval op ‘het staatshoofd van een bevriend land’. Pas nadat de VS in Pearl Harbour zelf was aangevallen werd Chaplins parodie ook populair in Amerika. Bij de processen in Neurenberg bleek dat de film tot tweemaal toe ook naar Hitler was gestuurd. De Duitsers dachten dat Chaplin een jood was. In 1934 noemde een nazikrant hem ‘een walgelijke joodse acrobaat’. ‘The Great Dictator’ was de eerste geluidsfilm die Charles Chaplin maakte. In zijn memoires schreef hij bewust te hebben gekozen voor geluidsfilm, omdat geschreeuw wezenlijk bij een dictator hoort. De taal die Hynkel in zijn toespraken gebruikt is een komische mix van Duits, Engels en Esperanto. Een voorbeeld is de zin ‘Free sprecken shtonk!’ (Vrijheid van meningsuiting stinkt!). Op allerlei manieren neemt de film Hitler op de hak. Na de oorlog zei Chaplin dat hij deze parodie nooit zou hebben gemaakt als hij geweten zou hebben van de gruwelen die de nazi’s later zouden begaan. Niettemin heeft ‘The Great Dictator’ profetische kwaliteiten en is de film ook nu met de kennis van achteraf meer dan een grappige film over een populistische schreeuwlelijk. De film laat, juist in zijn tijdgebondenheid, zien dat ook het ultieme kwaad aanvankelijk vaak baldadige trekken heeft, die belachelijk overkomen maar niet meteen doen denken aan zoiets afschuwelijks als de Holocaust. Het laat ‘de banaliteit van het kwaad’ zien. Die term gebruikte Hannah Arendt, een joodse intellectueel die verslag deed van het proces tegen Adolf Eichmann. Ook de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer, die vanwege zijn verzet tegen Hitler werd terechtgesteld, beweert zoiets in zijn dagboeken vanuit de gevangenis: ‘Domheid is een gevaarlijker vijand van het goede dan slechtheid’. Ook in ons tijdsgewricht zijn deze analysen van het kwaad relevant. Ze onthullen namelijk dat lachwekkend populisme niet altijd ongevaarlijk is, maar met zijn gemakkelijke oplossingen en demagogie heel slim inspeelt op barbaarse sentimenten die door het vernis van onze beschaving zijn bedekt, maar zomaar weer kunnen opduiken. Als een ballon uit het water. De ballon waar Hynkel in de film mee speelt.
 
ds. Karl van Klaveren
 

Deel dit