Vrijzinnig geloven

 

VVP

Column van de predikant - jul-aug 2016

Column van de predikant - jul-aug 2016

De vakantie wenkt. Maar waar komt ze eigenlijk vandaag? Een grappig weetje: ooit meende men dat de vakantie was bedacht omdat de jeugd dan kon helpen bij het hooien. Dat was natuurlijk een broodje aap.
 
 
De diepste oorsprong van 'vakantie' is de sabbat. Want dat de rijken er regelmatig tussenuit knijpen voor vakantie is van alle tijden en plaatsen. Reeds de elite van het oude Egypte en Rome veroorloofde zich deze luxe. Maar typisch voor de vakantie zoals wij die kennen is dat ieder mens er 'recht' op heeft. Dat recht gaat terug op de Tien Geboden. Daarin wordt voor het eerst in de mensengeschiedenis beweerd dat niet alleen rijke dames en heren, maar ook de slaaf, de slavin en zelfs het rund dat de ploeg trekt recht heeft op een tijdje rust. Elke zevende dag wel te verstaan. Want, aldus de thora, we (mens en dier dus!) leven niet om te werken, maar werken om te leven. In onze moderne rechtsstaat werd de bijbelse 'rustdag' uitgebreid met de vrije zaterdag en een aantal vakantieweken. Halverwege de negentiende eeuw kregen leerlingen voor het eerst vrij in de zomer. Anderzijds is het natuurlijk zo dat er al in de middeleeuwen heiligendagen waren die je 'vakantiedagen' zou kunnen noemen. Daaraan herinnert het Engelse woord holidays, afgeleid van holy days: heiligendagen. 'Happy holy days' riep men elkaar in Engeland toe als het Kerst werd. Nu is dat 'Happy holidays' (en heeft niemand nog in de gaten dat het ooit iets religie te maken had). Ook ons woord 'vakantie' heeft religieuze associaties. Het komt van het Latijnse woord 'vacare'. Dat betekent niet alleen 'vrij zijn', maar ook 'leeg worden'. In kloosters gebruikt men dit woord voor meditatie: 'leeg worden voor God' (vacare deo). Maar het woord kan ook betekenen: 'open staan', je overgeven aan wat je ziet, hoort en voelt. Als je open staat zie je bijzondere dingen. Plotseling ontwaar je de schoonheid van een bos, van het beton in het zonlicht, van de vrolijkheid van spelende kinderen, maar misschien ook het verdriet in de ogen van een mens. Als je openstaat voor wat je tegenkomt in de wereld, maak je het woord 'vakantie' waar. Dan ga je het heilige in, onder en achter de dingen ervaren. Vakantie wordt dan een levenshouding: verwachtingsvol open staan voor 'God'. Wie niets heeft met dat grote woord mag hier ook lezen: 'het leven'. Want niet voor niets toasten de joden, die de vakantie bedachten, bij de maaltijd niet met 'proost', maar met 'le chaim'. Dat betekent: op het leven!
 
ds. Karl van Klaveren
 

Deel dit