PROVINCIALE VERENIGING VAN VRIJZINNIGE PROTESTANTEN GRONINGEN

De tuin van ontmoeting.

                              Tijdens de Stille Week worden belangrijke gebeurtenissen rond Jezus herdacht. Voorganger Greta Huis (foto) gaat er in haar column nader op in.

Tijdens de Stille Week-week worden belangrijke gebeurtenissen met Jezus herdacht, zoals het laatste maal met zijn leerlingen, zijn kruisiging en zijn dood, eindigend met Pasen. In het evangelie volgens Johannes staat het verhaal van Maria uit Magdala die als eerste bij het graf van Jezus kwam.

Maria uit Magdala heeft een bijzondere band met Jezus. Uit Maria zijn zeven demonen gedreven, zo staat er in Lucas. Gekweld worden door demonen. Wat dat voor Maria betekende vertelt het verhaal niet. Daar kunnen we alleen naar gissen. Meestal doen we zoiets aan de hand van eigen ervaringen. Door verschrikkelijke nare, zware en moeilijke periode(n) uit je leven te benoemen. Welke woorden gebruik je daarvoor? Er wordt in de bijbel gesproken van ‘demonen’.
Je kunt zo beheerst worden door iets dat het als een verschrikkelijke nare geest gaat voelen, die je aldoor op de huid en in je hoofd zit. Een verlieservaring kan zoiets zijn (de dood van een dierbare, het uitgaan van een relatie, het verlies van een baan, maar ook verlies van gezondheid door ziekte), grote zorgen om het welzijn van dierbaren, traumatische gebeurtenissen uit het verleden etc. etc.

Een man, ook in Lucas, die ook beheerst wordt door demonen, leeft op een dodenakker. Maria weet als geen ander wat het betekent om te leven op een dodenakker. Zo was haar leven ook. Jezus vraagt de man: “Hoe heet je?” Het is het begin van een ommekeer. De geesten verdwijnen in een troep zwijnen. De man komt uit de grafspelonk, zijn slaapstee, keert de dodenakker de rug toe en gaat het leven tegemoet. Door Jezus wordt de dodenakker voor de man een tuin van ontmoeting. Sinds het vertrek van de nare geesten gaat Maria ook het leven tegemoet. Ze volgt Jezus en zijn leerlingen en sponsort hen.

Opmerkelijk is de plaats die de tuin inneemt in de verhalen over de laatste fase van het lijden van Jezus en de opstanding. In de tuin nemen zijn tegenstanders hem gevangen. Jezus wordt begraven in een tuin bij de plaats waar hij de kruisdood stierf. De tuin wordt een dodenakker. Het is Maria uit Magdala die als eerste bij het graf van Jezus komt. Opnieuw speelt het leven van Maria zich af op een dodenakker. Ze wordt verscheurd door verdriet om de dood van Jezus.

Voor dag en dauw gaat ze naar zijn graf. Maar het is leeg. Ze gaat naar de leerlingen om het te vertellen. Samen met enkele loopt ze vervolgens weer naar het graf. Ze ziet opnieuw dat het graf leeg is. Ze keert zich om en ziet een tuinman staan. (Zie Johannes: 20) Ida Gerhardt heeft er met het schilderij van Rembrandt hiervan in gedachten, een gedicht over geschreven:

Christus als hovenier
Zij dacht dat het de hovenier was.
Eén Rembrandt kende als kind ik goed:
de Christus met de grote hoed
wandelend in de ochtendstond.
En, naar erbij geschreven stond:
Hij was een hovenier.

En nòg laat ik mijn tranen gaan
als in de gaarde ik Hem zie staan,
en – wat terzijde – in stille schrik
die éne, zij die dacht als ik:
Het was de hovenier.

O kinderdroom van groen en goud –
géén die ontnam wat ik behoud.
De laatste hoven naderen schier
en ijler wordt de ochtend hier.
Hij is de hovenier.

De tuinman blijkt Jezus te zijn. Het is geen vergissing. Jezus was de tuinman van Maria, waardoor haar dodenakker een tuin van ontmoeting werd. Ook nu Jezus dood is, blijft hij haar tuinman. Want zijn woorden zijn woorden ten leven, die door de dood heen gaan. Zelfs zijn dodenakker is een tuin van ontmoeting. Want Jezus is de hovenier.

Rembrandt: De opgestane Christus verschijnt aan Maria Magdalena, 1638. Royal Collection, Buckingham Palace Londen.

Deel dit