PROVINCIALE VERENIGING VAN VRIJZINNIGE PROTESTANTEN GRONINGEN

In de ommekeer schuilt de belofte

Ruth zweert trouw aan Naomi, olieverf op paneel (1614), collectie Niedersächsisches Landesmuseum, Hannover. (Schilder Pieter Lastman 1583-1633)

Dit jaar valt het christelijke Pinksteren en Sjavoeot, het joodse Pinksteren, op dezelfde dag. Oorspronkelijk was Sjavoeot een oogstfeest waarop de eerste gewassen werden geofferd aan God. Later wordt op die dag (ook) de komst van de Thora herdacht. De synagoge wordt met bloemen versierd, in het bijzonder de heilige ark waar de thorarollen worden bewaard en de lessenaar waaruit de thora wordt gelezen. Op het joodse Pinksterfeest wordt het bijbelboek Ruth gelezen waarmee de link wordt gelegd met het oogstfeest. Immers Ruth gaat aren lezen. Wij hebben het hoofdstuk (2) dat daarover gaat, gelezen met Pinksteren in Scheemda tijdens onze provinciale dienst. 

Daarom nu enkele gedachten bij het eerste hoofdstuk uit het bijbelboek Ruth.

In de tijd dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het land. Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonen weg uit Betlehem in Juda, om een tijdlang in de vlakte van Moab te gaan wonen. De naam van de man was Elimelech, die van zijn vrouw Noömi, en zijn twee zonen heetten Machlon en Kiljon; het waren Efratieten uit Betlehem in Juda. Toen ze in Moab waren aangekomen, bleven ze daar als vreemdeling wonen. Na enige tijd stierf Elimelech, de man van Noömi, en zij bleef achter met haar twee zonen. Zij trouwden allebei met een Moabitische vrouw. De naam van de ene was Orpa, die van de andere was Ruth. Nadat ze daar ongeveer tien jaar gewoond hadden, stierven ook Machlon en Kiljon, en de vrouw bleef alleen achter, zonder haar twee zonen en zonder haar man.

Noömi en Elimelech vluchten met hun twee zonen van Bethlehem naar Moab, omdat er hongersnood is. Daar in Moab voltrekt het noodlot zich. Eerst sterft Elimelech en nadat de zonen getrouwd zijn, sterven zij ook.

Hoewel, het woord ‘trouwen’ staat er niet en komt in de Hebreeuwse bijbel niet voor. Telkens wanneer mannen zich een vrouw ‘nemen’ wordt dat in onze bijbelvertaling netjes met ‘trouwen’ vertaald. Huwelijk en trouwen zijn veel latere uitvindingen, die voor het gemak worden teruggeprojecteert op deze teksten. Dat wil niet zeggen dat ‘zich een vrouw nemen’ niet het beginpunt kan aanduiden van een duurzame relatie. Maar het is geen gelijkwaardige relatie. De vrouw is gebonden aan de man, de man op zijn beurt is niet exclusief gebonden aan de vrouw. Hij kan er nog een vrouw bij nemen.

Toen Noömi hoorde, daar in Moab, dat de Heer zich het lot van zijn volk had aangetrokken en dat het weer te eten had, maakte ze zich samen met haar twee schoondochters gereed om Moab te verlaten en terug te keren. Samen met hen verliet ze de plaats waar ze gewoond had. Maar toen ze eenmaal op de terugweg waren naar Juda, zei Noömi: ‘Gaan jullie nu maar allebei terug naar het huis van je moeder. Moge de Heer zo goed voor jullie zijn als jullie voor mij en mijn gestorven zonen zijn geweest. Moge hij ervoor zorgen dat jullie allebei geborgenheid vinden in het huis van een man,’ en ze kuste hen. Toen barstten zij in tranen uit en zeiden: ‘Maar we willen met u terugkeren naar uw volk!’

Noömi heeft haar man en haar zonen verloren. ‘De vrouw van’ en ‘de moeder van’ wordt ‘de vrouw zonder man en zonder zonen’. Haar wereld, haar leven stort in. Hoe dat eruit ziet, hoe dat gevoeld wordt lezen we niet. Misschien omdat het met geen pen te beschrijven is. Misschien omdat de schrijver ons iets anders wil laten zien. Namelijk dat Noömi wonderwel temidden van deze situatie in staat is om te horen. Ze heeft de luiken niet dichtgegooid en ze heeft zich niet totaal gestort in haar verdriet wat volstrekt begrijpelijk zou zijn. Maar ze hoort. Ze hoort een ander geluid!

Ze hoort dat God zich het lot van zijn volk heeft aangetrokken en dat er weer te eten is in Bethlehem. Er is weer brood. Er is weer hoop en perspectief. Hierop denkt ze maar aan één ding en dat is wegwezen. In alle toonaarden staat dat bezongen. Wat een veerkracht!

‘Ga terug, mijn dochters,’ zei Noömi, ‘waarom zouden jullie met mij meegaan? Kan ik soms nog zonen krijgen die jullie mannen kunnen worden? Ga toch terug, want ik ben te oud voor een man. Zelfs al zou ik nog hoop koesteren, zelfs al sliep ik vannacht nog met een man en al bracht ik nog zonen ter wereld – zouden jullie dan wachten tot ze groot zijn en je ervan laten weerhouden met een andere man te trouwen? Nee, mijn dochters, mijn lot is te bitter voor jullie; de Heer heeft zich tegen mij gekeerd.’ Opnieuw begonnen zij te huilen. Orpa kuste haar schoonmoeder vaarwel, maar Ruth week niet van haar zijde. ‘Kijk, je schoonzuster gaat terug naar haar volk en haar god,’ zei Noömi, ‘ga haar toch achterna!’

Noömi maakt zich op om terug te gaan, zonder haar schoondochters. Want ze heeft hen niets te bieden. De vrouwen hebben daar geen enkele kans. Met Orpa lukt dat, met Ruth niet. In het schilderij van Pieter Lastman  wil Noömi Ruth wegduwen, maar Ruth laat zich niet wegduwen. Ruth geeft niet op.

Maar Ruth antwoordde: ‘Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden. De Heer is mijn getuige: alleen de dood zal mij van u scheiden!’ Noömi zag dat Ruth vastbesloten was om met haar mee te gaan en drong niet langer aan. Zo gingen zij samen verder, tot in Betlehem. Hun aankomst in Betlehem baarde veel opzien. Overal in de stad riepen de vrouwen: ‘Dat is toch Noömi?’  Maar ze zei tegen hen: ‘Noem me niet Noömi, noem me Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt. Toen ik hier wegging had ik alles, maar de Heer heeft mij met lege handen laten terugkomen. Waarom mij nog Noömi noemen, nu de Heer zich tegen mij heeft gekeerd, nu de Ontzagwekkende me kwaad heeft gedaan?’ Zo kwamen ze samen terug uit Moab, Noömi en haar schoondochter Ruth, de Moabitische. Ze kwamen in Betlehem aan bij het begin van de gersteoogst.

Het gaat hier om meer dan terug gaan naar Betlehem, het gaat hier over ‘ommekeer’ in een relatie. We weten allemaal hoe vruchtbaar dat kan zijn! Maar ook hoe moeilijk een ommekeer kan zijn in je relaties op het werk, in de kerk, familie en vriendenkring of in jezelf. Omdat je de gevolgen niet kunt overzien. Omdat het angst inboezemt. Voor een ommekeer heb je moed nodig. En ook woorden van moed om door te zetten, om het vol te houden op momenten van onzekerheid.

Wat een waagstuk gaat Ruth hier aan. Door met haar schoonmoeder terug te keren naar Betlehem zal haar hele leven, ook haar godsdienst veranderen. Ruth blijkt voor Noömi een metgezel om op te bouwen. Ze verbindt haar lot aan die van Noömi!

Maar hoe zit dat met haar schoonmoeder? Noömi loopt nou niet echt over van enthousiasme. Noömi heeft nog geen ommekeer in haar relatie met Ruth gemaakt! Dit wordt pijnlijk duidelijk bij terugkomst in Bethlehem wanneer ze zegt: “De Heer heeft mij met lege handen laten terugkomen!”

Lege handen (?), amehoela, Ruth loopt naast haar! Wat ontzettend pijnlijk voor Ruth! Maar gelukkig, de verteller corrigeert Noömi. Want er staat: “Zo kwamen ze samen terug uit Moab, Noömi en haar schoondochter Ruth, de Moabitische.” Alsof de verteller al in de ommekeer de verbondenheid ziet. Ook die van Noömi met Ruth.

Immers, in de ommekeer schuilt de belofte!

Door Greta Huis

 

Deel dit