PROVINCIALE VERENIGING VAN VRIJZINNIGE PROTESTANTEN GRONINGEN

Ook 'zij' zijn 'wij'.

Ook 'zij' zijn 'wij'.

Cartoon: Jacques van Spotpen.nl

De Heer zei tegen Mozes: "Behandel vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. Ik ben de Heer, jullie God.” (Leviticus, 19:34)

Het Bijbelboek Leviticus is een lesboek en een leerboek. De priesters en het volk krijgen onderwijs. Mozes spreekt hen in opdracht van God toe. In hoofdstuk 19 worden de Tien Geboden afzonderlijk aangehaald of er wordt een toespeling op gemaakt of op nieuwe wijze uitgelegd. In vers 34 wordt het grote gebod om de naaste lief te hebben uitgebreid, de vreemdelingen die woonachtig waren in Israël zijn ook de naasten. Ook ‘zij’ zijn ‘wij’. En dat blijkt nu een hele kluif voor ons te zijn.

Afgelopen maanden, jaren zien we verschrikkelijke beelden uit de verschillende vluchtelingenkampen op de Griekse eilanden. Overvol zijn ze, zonder voldoende beschutting, medische en sanitaire voorzieningen. In de kampen verblijven mannen, vrouwen, waaronder ouderen en kinderen – enkele honderden kinderen zijn er zonder familie.

Vorige maand is er brand gesticht in het vluchtelingenkamp Moria op het eiland Lesbos. Een kamp met plek voor drieduizend mensen, maar er verbleven dertienduizend. Die zijn nu dakloos. Aan de hand van stukken karton waarop geschreven is, spreken ze ons aan tijdens demonstraties. “Waar zijn de mensenrechten?” “Wij zijn mensen, geen dieren.” Ik voel me persoonlijk aangesproken en ik schaam me rot. ‘s Nachts dienen de stukken karton als matras. De Nederlandse regering is bereid honderd mensen op te nemen maar dit aantal gaat ten koste van evenzoveel mensen die Nederland opneemt in het kader van een VN-verdrag. Dus de facto blijft het aantal gelijk.

Hoogleraar publieksfilosofie Marli Huijer reageerde op zaterdag 12 september in dagblad Trouw: “Door een wij te creëren, creëren we ook een niet-wij. Ons wij, dat zijn mensen binnen Nederland, binnen de EU. Door onze manier van politiek denken worden vluchtelingen andere mensen dan wijzelf, mensen met andere rechten.” Over ‘de deal’ zegt ze: “Feitelijk zien we vluchtelingen niet meer als rechtssubjecten, we behandelen ze niet meer als mensen met rechten. Want als we dat wel deden, dan zou iedereen die bedreigd wordt recht hebben bij ons aan te kloppen en in een fatsoenlijke asielprocedure te komen. Nu krijgen ze niet eens de kans. Ze hebben het recht niet meer om recht te hebben, om met Hannah Arendt te spreken.”

We krijgen steeds meer beelden en ander bewijs te zien en te horen van mensen die wij als Europa het recht ontnemen om recht te vragen. Zo worden er mensen in hun bootjes teruggeduwd. Er zijn ook verhalen en filmbeelden van mensen die al op de Griekse eilanden waren maar die worden opgepakt, op bootjes gezet en zonder motor en roeispanen naar open zee geduwd (NOS 13 september 2020). Ook in andere landen is hiervan sprake. Een officiële reactie van de EU hierop is er niet!

Ik weet echt geen oplossing voor het complexe mondiale vluchtelingenvraagstuk, dat bovendien aan de Europese landsgrenzen bemoeilijkt wordt door mensen uit veilige landen die ook meekomen en voor veel problemen zorgen. Maar ik weet wel dat zo met mensen omgaan inhumaan, hardvochtig en onmenselijk is. Dat doe je niet! En toch doen we het! Zo zouden wij toch niet behandeld willen worden wanneer wij gebruik willen maken van ons recht om asiel aan te vragen? Waarom behandelen we andere mensen dan wel zo?

Twee woorden vallen op in vers 34 uit Leviticus: ‘als’ en ‘want’. In ‘als’ zit eigenheid en anders zijn. Er is tegelijkertijd verwantschap, de ander is één van ons, en er is de erkenning van het vreemde. De betekenissen worden niet tegenover elkaar gezet, maar samengevoegd. “De vreemdeling is en blijft vreemdeling, maar dat sluit hem niet uit van alle privileges, rechten en plichten die voor de ‘geboren Israëliet’ van toepassing zijn”, aldus Herman Meininger in het boek Van en voor Allen. En er is het woordje ‘want’. De mensen worden herinnerd aan hun persoonlijke ervaringen als vreemdelingen in Egypte. Die herinnering maakt zichtbaar dat wie de vreemdeling in zichzelf van zich afstoot eigenlijk ook dat stuk van zichzelf afstoot. Het drukt ons bovendien met de neus op onze collectieve Europese (ongeschreven) wet dat we recht denken te hebben op een voorkeursbehandeling, op privileges, in tegenstelling tot vreemdelingen, die sluiten we daarvan juist uit.

Het grote gebod de naaste lief te hebben laat Jezus schitterend tot uiting komen in het verhaal van de Barmhartige Samaritaan (Lucas 10:25-37). Een man is overvallen door rovers die hem half dood achterlaten. Een priester, een Leviet (een knecht van een priester) en een Samaritaan komen langs. De priester en de Leviet lopen met een boog om de man heen, maar de Samaritaan helpt hem.

Jezus vertelt een wetgeleerde dit verhaal, nadat hij Jezus eerst vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te verkrijgen en vervolgens Jezus vraagt wie zijn naaste is. Jezus stelt de wetgeleerde een andere vraag: “Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?” Het gaat er niet om wie jouw naaste is. Het gaat erom dat wij de naaste zijn. De wetgeleerde antwoordt: “De man die barmhartigheid aan hem heeft getoond.” “Doe u dan voortaan net zo”, antwoordt Jezus.

Dat is het antwoord van Jezus op de vraag van de wetgeleerde, waarmee het verhaal begint. Door zo te doen, heeft de Samaritaan deel aan het eeuwig leven. Eeuwig leven, niet als een kwalificatie van tijd, maar als kwalificatie van leven in de geest van Jezus. Deel hebben aan het eeuwig leven is niet een zaak van ooit en maar afwachten. Het is een zaak van nu, met de prangende vraag: Ben ik de naaste van slachtoffers, van mensen in nood?

Door Greta Huis

Deel dit