Is het ooit echt stil in mij?

Is het ooit echt stil in mij?

In het hoofd van Rick Benjamins is het niet vaak stil, maar als dat gebeurt, is het een bijzondere ervaring. 

Ik kan me niet veel momenten herinneren waarop het werkelijk stil was. Er zijn eigenlijk altijd wel omgevingsgeluiden. Ik ben zelfs in mijn studententijd anderhalve week met een vriend door het onbewoonde gebied van de Hardangervidda getrokken, maar ook daarvan herinner ik me geen stilte. Op één of andere manier was er altijd geluid.

door Rick Benjamins

Dit artikel verscheen eerder in VrijZinnig, kwartaalblad van de VVP

Dat soort geluid is door John Cage in zijn compositie 4:33 prachtig ‘in beeld’ gebracht. Het is een compositie van stilte, die juist het omgevingsgeluid hoorbaar maakt. Het is een pianostuk in drie delen, van precies vier minuten en drieëndertig seconden, waarbij de pianist geen enkele toets aanslaat. Het effect is, dat je van alles hoort aan gekuch, geschuifel, gezoem en noem maar op. Dat was ook het punt dat Cage wilde maken. ‘Er is niet zoiets als een lege ruimte of een lege tijd. Er valt altijd iets te zien, iets te horen. Echt, probeer stilte te maken zo hard als je kunt, dat gaat niet’.

Ik heb me altijd met interesse verdiept in theologische gedachten die samenhangen met stilte, zwijgen, niet spreken, en ‘hoe niet te spreken’. Ik zou er een stapel literatuur over los kunnen trekken, die me beslist veel aan kennis en inzicht heeft opgeleverd. In zijn prachtige boek over het heilige noemt Rudolf Otto de stilte als een middel waarmee het numineuze zichzelf uitdrukt. ‘Over God wil ik zwijgen’ luidt de titel die C.O. Jellema meegaf aan zijn vertaling van preken en traktaten van Meester Eckhart. Patrick Chatelion-Counet gaf bijna dezelfde titel, namelijk ‘Over God zwijgen’, aan een boek dat is gewijd aan een postmoderne lezing van stilte en zwijgen in de Bijbel.

Toch is het ook paradoxaal om over God te zwijgen. Wie zal zeggen dat je inderdaad over God zwijgt? De stilte is bovendien niet het sterkste punt van het protestantisme, dat zich altijd sterk heeft gericht op het woord en de preek.

Er is wel een andere stilte die me fascineert, die niet te maken heeft met geluid van buiten, ook niet met niet-spreken, maar er wel aan raakt. Het is niet vaak stil in me. In mijn hoofd is er voortdurend een drukte van belang met gedachten die langskomen, tegenstemmen die ze weerleggen, mensen van vandaag of gisteren die aan die gedachten vastzitten en voorbijvliegen. Tussen al dat geluid door concentreer ik me op het werk dat ik af moet maken, waarvoor ik die drukte een beetje moet onderdrukken. Maak je niet bezorgd om mijn psychische gezondheid, ik geloof dat die prima is en dat het er in andermans hoofd – anderméns hoofd roept hier iemand – net zo aan toe gaat.

Soms valt die drukte even weg en is het stil in mij. Dat komt altijd onverwacht, ongepland, zomaar en duurt misschien maar even. Dan hoef ik nergens over te zwijgen, omdat er niets te zeggen valt. Ik val samen met mijzelf en hoor alleen maar bij de wereld – en dat is goed. Alsof God na dagen praten om de wereld te scheppen en alles tot aanzijn te roepen rustdag houdt.

Deel dit