Irenekerk

De vrijzinnigen hebben de toekomst

Gedeelte uit de Volzin-lezing van Meerten ter Borg, godsdienstsocioloog en bijzonder hoogleraar niet-institutionele religie in de modernesamenleving' aan de Universiteit Leiden.

"De nieuwe vrijzinnigheid die mij voor ogen staat,moet niet worden opgevat als een stroming in de dogmatiek naast andere stromingen, maar als een mentaliteit. Het gaat om een mentaliteit die zich kenmerkt door een open, kritische houding ten aanzien van de traditie waarin men nu eenmaal staat, zonder die traditie geheel los te willen laten en die gepaard gaat met tolerantie ten aanzien van andermans traditie.Laten we een paar kenmerken van deze mentaliteit nader bezien. De vrijzinnige houdt vast aan de kernpunten van zijn eigen traditie, zonder die traditie als alleen zaligmakend te zien. Hij gunt ook de ander zijn traditie. Hij schrikt niet als anderen er andere gewoonten op na houden. Hij gunt een ander haar hoofddoekje. Hij schrikt niet als een ander hem geen hand wil geven. Het maakt hem eerder nieuwsgierig. Hij ziet in dat bepaalde waarden, of de manier waarop die waarden worden ingevuld, hun oorsprong vinden in bepaalde vormen van samenleven, of in een bepaalde geografische omstandigheid. Om eens een voorbeeld te noemen. Hij ziet in dat de ramadan, het gebod om gedurende een bepaalde periode niet te eten tussen zonsopgang en zonsondergang, afkomstig is uit een gebied waar de nachten des zomers en des winters even lang zijn. En dat er dus een probleem ontstaat als de ramadan in noordelijke streken moet worden geëerbiedigd. Hij is gefascineerd door een dergelijk probleem. Hij denkt ook historisch. Hij vraagt zich af bij gebruiken die hem in eerste instantie tegen de borst stuiten, in welke historische omstandigheden die gebruiken zijn ontstaan, en hoe de waarden die in die gebruiken zijn vervat, in een moderne context kunnen worden gerealiseerd.

Hij is ook bereid te leren. Hij is bereid van andere culturen te leren. Hij ontdekt bijvoorbeeld dat tijdens de ramadan het gezamenlijk hongeren, afgewisseld door het gemeenschappelijk eten in de avonduren, de solidariteit tussen mensen kan vergroten. Daarbij denkt hij kritisch, juist ook over zijn eigen cultuur. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af of de hang naar kuise kleding, die uit andere culturen naar voren wordt gebracht, niet een welkome correctie zou kunnen zijn op de permissiviteit van zijn eigen westerse cultuur, waar alle romantiek en erotiek ten onder dreigt te gaan aan de seksuele uitleg. Hij vraagt zich af of uithuwelijken door de bank genomen een zoveel slechtere manier is om vrouwen aan een partner te helpen dan het gescharrel op de vrije huwelijksmarkt. En hij relativeert. Hij herinnert zich bijvoorbeeld hoe twee of drie generaties geleden de partnerkeuze eerder afhankelijk was van economische motieven dan van romantische liefde. Hij gunt dus anderen hun waarden, maar dat betekent uiteraard niet dat hij ze per definitie aantrekkelijk vindt, laat staan dat hij ze overneemt."

Kerngedachten

Enkele kerngedachten uit de Volzin-lezing van Meerten ter Borg. (voor de volledige tekst zie (http://www.opiniebladvolzin.nl)

Nieuwe vrijzinnigheid

De nieuwe vrijzinnigheid die mij voor ogen staat,moet niet worden opgevat als een stroming in de dogmatiek naast andere stromingen, maar als een mentaliteit. Het gaat om een mentaliteit die zich kenmerkt door een open, kritische houding ten aanzien van de traditie waarin men nu eenmaal staat, zonder die traditie geheel los te willen laten en die gepaard gaat met tolerantie ten aanzien van andermans traditie.

Enkele kenmerken

1.) De vrijzinnige houdt vast aan de kernpunten van zijn eigen traditie, zonder die traditie als alleen zaligmakend te zien. Hij gunt ook de ander zijn traditie.

2.) Hij ziet in dat bepaalde waarden, of invulling daarvan, hun oorsprong vinden in bepaalde vormen van samenleven, of in een bepaalde geografische omstandigheid.

3.) Hij denkt ook historisch. Hij vraagt zich af in welke historische omstandigheden bepaalde gebruiken zijn ontstaan, en hoe de waarden die in die gebruiken zijn vervat, in een moderne context kunnen worden gerealiseerd.

4.) Hij is ook bereid te leren. Hij is bereid van andere culturen te leren. Daarbij denkt hij kritisch, juistook over zijn eigen cultuur. Hij gunt dus anderen hun waarden, maar dat betekent uiteraard niet dat hij ze per definitie aantrekkelijk vindt,laat staan dat hij ze overneemt.

JOUW ZOEKTOCHT WORDT DOOR GEEN ANDERE RECHTER BEPAALD DAN DOOR JOUW EIGEN VRIJE WIL.

Welke eisen stel je aan jezelf? Of laat je je vrije wil ongebruikt? Toch is dit laatste ook een vorm van het gebruik van de wil, want dan heb je er voor gekozen om je niet druk te maken. Toch zou het goed zijn als mensen leren inzien waartoe hun leven op aarde bestaat. En wel juist zoals dit leven is, en niet zoals men het graag zou willen inrichten. Het gaat in eerste instantie om onze zoektocht, en niet zo zeer om ons levensanker, want dat is uiteindelijk het doel van de zoektocht of het eindresultaat. Een heel andere vraag is: “Waarom ben je een christen, en geen hindoe of moslim?” Wel, omdat je voor het christendom koos, dat een enorme rijkdom bezit, waarvan het liefdegebod en de aan-verwante vergevingsgezindheid voorbeelden zijn.

Ten eerste: het dubbele liefdegebod. God liefhebben en je naaste, dat uit de joodse en christelijke traditie komt. Dat is nergens anders zo nadrukkelijk te vinden. Het Nieuwe Testament spreekt zelfs nog over het liefhebben van je vijand. Is dat op te brengen? Ja, er zijn tientallen voorbeelden van mensen die in staat waren dat op te brengen, tot in de concentratiekampen toe.

Ten tweede: de vergevingsgezindheid. Jezus zegt terwijl hij aan het kruis hangt: “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen”. Dit hoogste niveau van vergeven, van mensen waarvan je meent dat ze jou iets hebben aangedaan, is uniek en bezit een kracht die ver uit-gaat boven de burgerlijke moraal en wat mensen kunnen bedenken. “Vergeef hun, o Heer, want ze weten niet wat ze doen.” Is dat op te brengen? In deze tijd groeit het aantal slachtoffers of familieleden van hen, die bereid zijn de dader(s) te vergeven. Zo kan de hoogheid van het goddelijke zelfbewustzijn, dat Jezus tot die uitroep bracht, ons in zijn gehele diepte volkomen duidelijk maken hoe hoog een mens op moreel niveau kan staan. Ook wanneer hij ondanks beproevingen en lijden nog in staat is om in plaats van om vergelding, om vergeving te smeken.

Het christelijk geloof bevat in zijn essentie een rijkdom die uniek is, die buiten het christendom niet te vinden is. Op deze wijze overstijgt het christelijk geloof de inhoud van de andere godsdiensten. Vergeving is hierbij de rode draad, die door de hele verlossingsboodschap loopt en al haar delen in betekenisvolle relaties tot elkaar verbindt, met een gerichte koers en zeker resultaat. Wij mogen leven vanuit deze grote rijkdom, maar zijn wij ons dat wel bewust en daartoe bereid?

Pas als wij hiervan innerlijk overtuigd zijn kan ons getuigenis missionair zijn. Dan gaan we op een andere manier naar onszelf en onze relaties, naar de wereld en het leven kijken. Alleen door verder rechtvaardig te handelen kan de adel van de ziel sterker worden. De geestelijke wind, die regeneratie bewerkt, komt al uit alle hoeken en gaten tevoorschijn. Dit houdt in: “Vergeef wanneer je wilt veroordelen. Verontschuldig als je wilt bestraffen. Vergeet als je uit liefde niet aan enig onrecht herinnerd wilt worden.”

Dit zijn de voorwaarden, die aan genoemde hoge levensnormen vol-doen. Deze dient de mens na te komen waar hij geen andere rechter heeft dan zijn eigen vrije wil, die met deze normen instemt. Hij kan ervoor (of ertegen) kiezen. In deze traditie ligt dus mede de ervaring van de mensheid opgesloten. Wat zou het dwaas zijn om in het individuele leven geen rekening te houden met de reeds gezamenlijk opgedane ervaringen. Juist nu, in een tijd van constante veranderingen kan het heilzaam zijn ook het verleden een stem te geven. Althans volgens de psalmdichter:

“Laat ons wat onze vaderen vertelden doorgeven en aan onze kinderen melden. ‘t Getuigenis aan Israël geschonken, het heil dat van de hemel heeft geklonken, het is een licht dat ons ten leven leidt, ons en al wie door ons wordt ingewijd.” (Ps. 78:2)

God heeft als onze Vader steeds weer geheimen opengelegd, niet alleen voor ons voorgeslacht, maar veeleer en des te meer voor ons. En daarmee blijft hij doorgaan. En wij, op onze beurt, vertellen het aan onze kinderen. Zoals Gustav Mahler zei: “Traditie is het doorgeven van het vuur en niet de aanbidding van de as”. Zo krijgt de vrijzinnigheid opnieuw perspectief. Het vuur van de vrijzinnigheid willen we op een eigentijdse manier brandend houden, met olie in de lampen. We zien het vrijzinnig gedachtengoed als stromend water, dat inspiratie biedt aan individuele zoektochten naar zin en betekenis, waarbij respect voor de diversiteit in eigen kring, die gekenmerkt wordt door flexibel geloven, is gewaarborgd. De kracht van de vrijzinnigheid is dat de individualiteit niet tegen de gemeenschap wordt uitgespeeld en dat verscheidenheid niet tot verlies van identiteit leidt. Daarbij staat de zoektocht centraal, zodat we de kans krijgen van elkaar te kunnen leren. De vrijzinnige levensbeschouwing is heel breed en biedt ruimte.